‘Juist frictie kan iets nieuws creëren’
Emio Greco en Pieter C. Scholten van ICK Amsterdam over 'L.A.V.A.', de samenwerking met Roberto Zappalà en de kracht van frictie. Te zien in theater DE VESTE op 6 oktober a.s.
Jullie beschrijven L.A.V.A. als een ontmoeting tussen twee uiterst verschillende choreografische praktijken. Wat gebeurt er wanneer je die verschillen niet probeert op te lossen, maar juist onder spanning zet?
Pieter C. Scholten: Het woord frictie loopt eigenlijk als een rode draad door ons werk. Toen Emio (Greco) en ik onze samenwerking begonnen, merkten we dat we verschillende meningen en verschillende manieren van werken hebben. Maar juist in die uitwisseling ontstaat steeds nieuwe inspiratie en ontstaan nieuwe gedachten.
We kennen Roberto al langere tijd. We hebben workshops bij zijn gezelschap gegeven en ons werk daar gepresenteerd. Dat maakte ons nieuwsgierig om te gaan onderzoeken hoe we ook echt samen een creatieproces kunnen aangaan.
De meest bekende vorm is een double bill: je maakt allebei een voorstelling en vervolgens kun je vergelijken. Maar dat wilden we niet. We wilden samen creëren, terwijl de spanning tussen onze verschillende methodes blijft bestaan. Juist door die frictie kan iets nieuws ontstaan.
Emio Greco: We kijken ook naar de aanwezigheid van elkaars dansers. Wanneer onze choreografie wordt uitgevoerd, zijn de dansers van Roberto op een bepaalde manier aanwezig in zijn choreografische wereld en omgekeerd zijn onze dansers ook betrokken bij zijn werk.
Dat contrast is iets wat we nog verder moeten onderzoeken. Hoe verandert bewegingsmateriaal wanneer een andere aanwezigheid voelbaar wordt?
Jullie hebben vaker gewerkt met andere disciplines, zoals theater en muziek. Is het ingewikkelder wanneer de andere partij ook dans maakt?
Emio Greco: Ja. Misschien is deze frictie zelfs ingewikkelder, juist omdat we in hetzelfde artistieke veld werken. Er zijn dingen die dichter bij elkaar liggen en daardoor soms juist moeilijker zijn om mee om te gaan.
Wanneer iets heel ver van je afstaat, heb je meer vrijheid omdat je het niet kent. Hier is het subtieler. Je moet heel goed luisteren en heel nauwkeurig kijken naar hoe de ander werkt.
Pieter C. Scholten: Tegelijkertijd helpt het om je eigen methode beter te begrijpen. We zetten onze manier van werken tegenover een andere manier van werken. Niet om die andere methode direct over te nemen, maar om te onderzoeken waar de waarde ervan zit en waar wij zelf nog dieper kunnen gaan.
Beide manieren van werken komen daardoor onder druk te staan. En juist dat idee van druk is belangrijk geworden voor de voorstelling.
De titel 'L.A.V.A.' verwijst naar een kracht die zowel vernietigt als iets nieuws creëert. Wat zegt dat over het lichaam?
Emio Greco: We voelen een sterke verwantschap met het stromen van lava. In onze manier van werken zijn er voortdurend een veranderingen van dichtheid en vibratie in het lichaam van de danser.
Het lichaam kan zich overgeven aan een kracht, maar het kan ook weerstand bieden. Daardoor verandert het gevoel voor tijd en ruimte. Hoeveel invloed heeft het lichaam op de ruimte eromheen? Hoe kan een lichaam die ruimte openen en grenzen verleggen?
Pieter C. Scholten: In ons werk houden we ons al langere tijd bezig met het idee van het lichaam in opstand. Een belangrijk woord daarin is erosie. Lava vernietigt, maar daarna ontstaat vernieuwing. Er ontstaat een nieuw, vruchtbaar landschap, een transformatie.
Daarom zien wij erosie niet alleen als vernietiging. Juist in die afbraak zit ook het ontstaan van iets nieuws.
Emio Greco: Het is een voortdurende transformatie. Je moet soms iets loslaten of vernietigen om iets nieuws te kunnen laten ontstaan. Dat is een continue stroom.
Is dat een individueel proces of juist iets collectiefs?
Emio Greco: Allebei. Het begint bij de weerstand die ieder lichaam zelf creëert. Ieder lichaam heeft zijn eigen ruimte, zijn eigen fysieke kennis. Maar soms kan die individuele weerstand leiden tot een grotere intensiteit, tot een gezamenlijke weerstand.
Er is dus een individuele fysieke ervaring die verbonden raakt met het geheel.
Pieter C. Scholten: Er is een individueel initiatief, een individuele alertheid, en tegelijkertijd is er afstemming met de ander. Dat creëert het collectief.
Wat spreekt jullie aan in het werk van Roberto Zappalà?
Emio Greco: Ik houd van de homogeniteit van zijn gebaar. De manier waarop hij heel consequent en bijna moeiteloos een situatie kan creëren waarin het lichaam helemaal opgaat in een bepaald idee. Het werk blijft zich op een heel natuurlijke, organische manier ontwikkelen.
Pieter C. Scholten: Wat mij aanspreekt zijn ook de heel energieke en vreugdevolle groepsprocessen in zijn werk. Er zit een mooie balans in. Het is visueel heel sterk en tegelijkertijd heel aandachtig.