'Ik geef concerten, geen shows'
Gianmaria Testa geeft op woensdag 17 maart een concert in Theater de Veste. Lees hieronder een interview waarin hij vertelt over: muziek, 'artiest zijn' en zijn zoektocht naar schoonheid.
Hoe belangrijk was muziek in uw familie?
Eigenlijk was zang belangrijker in mijn familie dan muziek. Mijn ouders waren boeren en ik kom uit een generatie waarin veel werk nog met de hand verricht werd. Vaak werd het werk door zang begeleid. Er waren geen professionele muzikanten in mijn familie, alleen echte zangliefhebbers.
Had u muzikale helden toen u begon met gitaarspelen?
Toen ik begon met gitaarspelen was ik dertien jaar en ik heb het mezelf aangeleerd door een gitaarmethode voor beginners te bestuderen. Daarna heb ik wel wat lessen gevolgd om mijn spel te perfectioneren, maar de gitaar bleef altijd een instrument om mijn liedjes te begeleiden, ik heb het nooit gebruikt als solo-instrument. Mijn muzikale helden zijn vooral singer songwriters, geen gitaristen. Mijn eerste held was Fabrizio De Andrè, die me heeft me een wereld doen ontdekken waarin men door middel van het geschreven lied emoties kon overbrengen, dingen die moeilijk zijn om te zeggen. Daarna, met dank aan sommige vertalingen van De Andrè, ben ik naar Leonard Cohen en George Brassens gaan luisteren.
Sommige mensen beschrijven uw liedjes als poetisch. Hoe zou u zelf uw muziek definieren? Is er een verschil tussen poezie en muziek?
De term ‘lied’ is voldoende om datgene wat ik schrijf te definieren. Ik geloof dat liedjes en poezie wel broer en zus zijn, maar reizen beiden op parallelle wegen. Het lied heeft een melodie nodig en een harmonie om een tekst te ondersteunen. Bij poezie daarentegen ligt de melodie in de harmonie en het ritme van de woorden zelf besloten. Misschien is poezie wel de meest gecompliceerde en tevens meest complete vorm van kunst die de mensheid kan uiten.
Is ‘artiest zijn’ een lot of een beroep ?
Ik ben en voel me geen artiest. Ik denk dat dit woord veel te vaak verkeerd wordt gebruikt. Ik ben iemand die probeert te communiceren op een andere manier dan alleen met het gesproken woord. Ik weet niet of het het lot is, in ieder geval is het voor mij geen keuze geweest, maar een soort van noodzaak. Op een gegeven moment voelde ik de innerlijke drang om liedjes te schrijven, maar ik geloof niet dat ik daarin originieel ben. De één neemt een penseel in de hand, de ander een pen en weer anderen gebruiken een beitel. Er is geen duidelijke reden voor. En het is ook geen beroep. Als ik op de automatische piloot liedjes zou zingen en schrijven zou ik er niet mee doorgaan. En als ik geen inspiratie zou hebben, zou ik ermee stoppen.
Was het moeilijk om met uw werk bij de spoorwegen te stoppen na zoveel jaren ?
Dit was een vreselijke beslissing want mijn werk gaf me altijd een enorme vrijheid. Jammer genoeg moest ik er na 25 jaar mee stoppen vanwege teveel muzikale bezigheden. Toen ik nog werkte als stationschef en tegelijkertijd liedjes schreef, was ik nooit van mening dat werken mijn creativiteit belemmerde. Ik heb de keuze gemaakt puur vanuit praktische overwegingen.
Vind u het leuk om weer naar Nederland te komen ? Wat valt u het meest op aan ons kikkerlandje ?
Ik krijg steeds meer het gevoel dat ik een vaste band met Nederland aan het opbouwen ben, en verheug me op de komende concerten. Wat me het meest opvalt is dat de taal geen barrière vormt voor mijn publiek. Het raakt en verwondert me als ik mensen naar mijn concerten zie komen, die geen woord van het Italiaans begrijpen.
Hoe zou u een concert van u omschrijven aan iemand die er nog nooit geweest is ?
Ik zeg altijd : ik geef concerten, geen shows. Het is niets meer en niets minder dan een poging om emoties over te brengen. Het is tevens een beetje een zoektocht naar schoonheid. Zonder schoonheid zou alles betekenisloos zijn.

